Voorzitterscolumn

 

Van de Voorzitter nov 2015

 

Reeds geruime tijd is er binnen de KVNRO beweging, ja zelfs onrust, te bemerken. Sommige leden van de vereniging zien verandering als noodzakelijk en onontkomelijk terwijl anderen menen dat verandering niet – of anders – nodig is. Een existentiële discussie.

De KVNRO is een vereniging van Reserve Officieren en is in 1917 opgericht met het doel belangenbehartiging. Maar het eerste wat daarvoor nodig is, is een vereniging die bestaat uit een groot deel van de reserveofficieren. Dat grote deel van de reserveofficieren behouden we alleen door nieuwe (jonge) reserveofficieren aan te trekken als lid.

Daarbij is de vraag terecht: “Waarom zou die jonge reserveofficier lid worden van de KVNRO? Wat moet de KVNRO bieden om die nieuwe reserveofficier aan te trekken?”

Dat is best een lastige vraag – maar toch een vraag die moet worden beantwoord. Hoe jonger de reserveofficier hoe meer hij / zij een kind van de huidige tijd is, die druk is met zijn baan, zijn gezin en nog honderd andere dingen. Hij / zij doet alles er snel even bij.

Hoe kijkt zo-iemand naar de KVNRO?

Alleen als de KVNRO een club is die iets te bieden heeft wat anderen niet bieden!
 
In dat beeld is het niet slecht dat de KVNRO belangen behartigt, maar daar zijn er meer van! Zeker als je al ergens lid bent – moet er een reden zijn om over te stappen! Denk aan de oud beroepscollega’s die al lid zijn bij de NOV – waarom zouden die overstappen naar de KVNRO? En de Marine-collega’s waar veel reservisten vanuit hun marine tijd lid zijn bij de KVMO? Waarom zouden die overstappen?

Alleen als de KVNRO zijn unieke punten benadrukt – is er een reden!

Maar wat zijn die unieke zaken dan? Als eerste is de KVNRO de enige van de genoemde verenigingen die de belangen van de reservisten behartigt. Immers de NOV en de KVMO staan om te beginnen voor de belangen van de beroepscollega’s! Dat is voor de KVNRO in het samenwerkingsverband GOV al moeilijk genoeg. Vaak worden onze belangen onderschikt gemaakt aan de meerderheid die de beroeps nog steeds vormen. Denkt u maar aan het langer dienst doen – de reservisten willen al veel langer doorwerken tot 65 jaar, maar de beroepscollega’s zagen dat standpunt als een groot risico!

Maar bij die belangenbehartiging kan het niet blijven! Nee – de KVNRO zal meer uniek moeten bieden. Wat wij kunnen bieden en wat niemand anders heeft is de kennis en ervaring van onze leden – de reserveofficieren. Daar ligt onze kracht en die moeten wij benutten. En we zullen stapsgewijze moeten toegroeien naar een hedendaagse vorm van communiceren en kennis delen. Denkt u maar aan een Webinar waarbij je thuis kunt meedoen aan discussies. NATO doet dat al maar bij ons nog niets daarvan!

Het voordeel van dergelijke vormen van communiceren is dat je er kort aan mee kunt doen, zodat het in je drukke agenda past, dat je een bijdrage kunt leveren of er iets van opsteekt zonder veel tijdverlies. Daar zou onze energie heen moeten gaan om leden te werven en te binden!

En de saamhorigheid dan? Jazeker is die belangrijk. Maar we moeten ons er op voorbereiden dat die saamhorigheid de jongere collega’s veel te veel tijd kost. Dat is niet het eerste waar zij op af komen. En als ze geen lid worden (en voor de saamhorigheid alleen zal dat niet gebeuren) dan komt die saamhorigheid er niet.

Saamhorigheid “ontstaat” en kun je maar moeilijk organiseren. Dat is ook het “probleem” met de reservisten van de KVMO. Die hebben hun saamhorigheid al en die kunnen wij – als KVNRO – niet (beter) organiseren. Dat zal nooit de reden voor hen zijn om over te stappen.


Datzelfde geldt voor de nieuwe collega. Hij wordt lid van een netwerk bij het Civil Military Interaction Command of bij de IDR (medici) en vindt daar al saamhorigheid naast de saamhorigheid in de civiele werkkring.

Wij moeten iets unieks bieden – de gedachtewisseling met andere collega’s – niet binnen het CMI Co of het IDR; zelfs internationaal deelname aan activiteiten die het CMI Co of het IDR niet kan bieden.

De blik op de defensieorganisatie als geheel en de kansen van de reservist daarin; wat hij bij het eigen onderdeel niet / onvoldoende hoort; de mogelijkheid om deel te nemen aan beïnvloeding van beleid m.b.t. reservisten.
Dat zijn de unieke zaken die de KVNRO kan bieden en daar zou het Hoofdbestuur de pijlen op willen richten.

Betekent dat ook dat we afscheid willen nemen van oude activiteiten? Activiteiten die niet meer bijdragen aan waarom mensen lid worden van de KVNRO?
Dat is zeker denkbaar. We moeten dat scherp in de gaten houden – ook wat de positie van Defensie daarin doet. Defensie geeft al langer aan dat bepaalde activiteiten die Defensie nu nog ondersteund, op de wip zitten en dat Defensie overweegt met die steun te stoppen. Dat moet de KVNRO zeker meenemen in de afweging. Bepaalde activiteiten kunnen en willen we niet op eigen risico / op eigen kosten voortzetten en zullen daarom moeten worden heroverwogen.

Het Hoofdbestuur heeft de omslag in denken gezet. Ik hoop dat als deze RO bij U op de mat valt – dat de Algemene Vergadering die stap ook heeft gezet. Houdt U de nieuwsbrieven nauwlettend in de gaten!
 

 

Lkol drs. Gert Dijk

Voorzitter KNVRO

 

  

 

Van de Voorzitter 24 okt 2014

 

Op 24 oktober 2014 was het dan zover. De Minister van Defensie stuurde de nieuwe reservistennota 2014 naar de Tweede Kamer.

Het is een nota waarin duidelijk een stap wordt gemaakt naar het meer gebruik maken van reservisten bij alle krijgsmachtdelen. Dat is belangrijk in een wereld waarin steeds andere crises opduiken en waarop de krijgsmacht steeds een ander antwoord moet geven en daarvoor andere competenties nodig heeft.

Het meer gebruiken van reservisten vraagt echter om een integrale aanpak – en wat mij betreft ontbreekt die. Een integrale aanpak houdt namelijk in dat aan alle aspecten in relatie tot het beleid wordt gewerkt om de gewenste uitkomst mogelijk te maken. En dat doet de Minister niet.

Wat is er aan de hand. Deze maand werd mij op het KPRC symposium de vraag voorgelegd of Defensie voldoende weet van de competenties bij haar reservisten. Naar mijn stellige overtuiging is dat niet zo. Veel reservisten ingedeeld bij NATRES en NATOPS hebben veel competenties waarop een beroep kan worden gedaan. Zij zijn echter geworven op functie en er heeft nooit iemand bij stilgestaan wat die reservist nog meer voor Defensie zou kunnen betekenen. Alleen als die reservist zelf reageert op een uitvraag, wordt bekend wat hij of zij allemaal kan – tot dan is Defensie op dat gebied volledig onwetend.

Maar het is nog erger. Een zeer groot deel van de populatie reserve-officieren is ouder dan 50 jaar. Reservisten mogen nu dienen tot 60 jaar. Vrijwel allemaal willen ze langer dienen – maar Defensie wil niet!

De consequentie hiervan is dat de komende jaren per jaar tot 100 reserve-officieren uitstromen. De instroom is kleiner. De maximale capaciteit in de opleiding is 96 per jaar, maar in de praktijk is de instroom slechts tussen de 60 en 65 reserve officieren per jaar. Het gevolg is dus krimp in plaats van groei!

Bij de reservistennota 2014 hoort een integrale aanpak. Dat betekent dus verbeteren van de werving van reserve officieren met de gevraagde competenties. De NATRES timmert goed aan de weg door studenten op te leiden, maar voordat die de competenties (met werkervaring) hebben, gaat nog jaren duren. De werving intensiveren – ik merk er nog niets van.

Hoe dit schip te keren? Ik zou denken dat een goede tijdelijke maatregel zou zijn: Het verhogen van de uitstroomleeftijd van de reserve-officieren. Dat doet men al wel, maar slechts bij een beperkte groep (voornamelijk medici). Maar als bij een medicus de leeftijd niet de beperkende factor is, hoeft het dat bij vele andere functies ook niet te zijn.
Dus Minister – zorg tijdelijk voor groei van uw bestand reserve-officieren door de uitstroomleeftijd te verhogen – in ieder geval totdat de werving zodanig is vergroot dat door uitstroom het aantal reserve officieren niet meer daalt!

 

Lkol drs. Gert Dijk

Voorzitter KNVRO

 

Van de Voorzitter

 

 

Op 29 mei 2013 heeft de Minister van Defensie een brief gestuurd aan de 2e Kamer om deze te informeren over het reservistenbeleid en de ontwikkeling daarvan. Ik ben zeer verheugd dat in deze brief een aantal uitspraken wordt gedaan over de reservist van nu, waaruit waardering blijkt voor de inzet van de reservist. De minister constateert:

In toenemende mate, zowel kwalitatief als kwantitatief, hebben reservisten bijgedragen tot het functioneren van de krijgsmacht binnen en buiten Nederland.

 

Het verheugt mij ook bijzonder dat in navolging van de Studie Reservisten CLAS, waaraan ik heb mogen meewerken, de Minister nu ook aangeeft het gebruik van reservisten te willen uitbreiden. Na constateringen waarom dit beter en effectiever is, geeft zijn aan:

 

Mijn doelstelling is het aantal en de inzet(wijze) van reservisten op basis van dit beleid verder uit te breiden, enerzijds om piekbelasting op te vangen en anderzijds om te voorzien in het benodigde voortzettingsvermogen van de krijgsmacht. Beide mogelijkheden zijn kansrijk op operationele functies en op militaire functies met een civiel karakter.

Hiermee gaan de reservisten op weg naar een nieuwe toekomst. Inzet wordt veel breder en commandanten zullen steeds meer met reservisten (moeten) gaan werken.

Als neveneffect wordt aangegeven dat meer reservisten leidt tot een betere verankering in de maatschappij:

 

Sinds de opschorting van de dienstplicht en de verregaande verkleining van de krijgsmacht is de binding van Defensie met de Nederlandse samenleving verminderd. Deze binding is niet alleen van belang voor het maatschappelijk draagvlak maar ook om op de hoogte te blijven van en deel te nemen aan relevante maatschappelijke, wetenschappelijke en technische ontwikkelingen. De reservist is door zijn dubbelrol als militair en burger een ideale ambassadeur voor de krijgsmacht en vergroot bovendien de kennisbasis van Defensie. Uitbreiding van het reservistenbestand zorgt voor een betere verankering van de krijgsmacht in de samenleving.

 

Dit sluit aan bij twee doelstellingen van de KVNRO, te weten:

  • Het bijdragen tot instandhouding van een voor haar taak berekende krijgsmacht.
  • Het bevorderen van goede betrekkingen tussen de bevolking en de krijgsmacht.

 

Ik daag U uit, met mij na te denken hoe wij, als KVNRO, meer de ambassadeursrol kunnen vervullen. Moeten wij meer deelnemen aan symposia in het gehele land om ons geluid te laten horen; moeten we op andere wijze meer doen?

Ik hoor het graag van U. Mijn mening is dat we deze koerswending van de Minister van harte moeten ondersteunen.

 

Lkol drs. Gert Dijk

Voorzitter KNVRO

 

  • Verslag jubileumsymposium 100 jaar KVNRO
  • Verslag jubileumsymposium 100 jaar KVNRO door kolonel mr. Bart Damen
  • Lees verder
  • Jubileumrede
  • De jubileumrede uitgesproken door de voorzitter op het jubileumsymposium 100 jaar KVNRO
  • Lees verder
  • Foto's en publiciteit rondom jubileumsymposium
  • Links naar verschillende media
  • Lees verder
Publicaties
Alle publicaties
De edities van onze periodiek "De Reserve Officier" kunt U hier vinden!
Ontwikkeld door Faceworks BV