Verslag jubileumsymposium 100 jaar KVNRO

25 oktober 2017

Z.M. Koning Willem-Alexander aanwezig bij geslaagd symposium ter ere van 100 jaar KVNRO


Op woensdag 25 oktober verzamelden zich zo'n 200 reserveofficieren en gasten in het schitterende Nationaal Militair Museum in Soesterberg om het 100-jarig bestaan van de KVNRO te vieren. Niet ver van Soesterberg, in hotel L'Europe (hoe profetisch) in Utrecht, werd op 22 december 1917, in de herfst van de Eerste Wereldoorlog, een vereniging van reserveofficieren opgericht door onze verre voorvaders, de verlofsofficieren. In de afgelopen 100 jaar is deze vereniging geëvolueerd tot de KVNRO die we nu kennen, waarbij  het predicaat 'Koninklijk' in 1977 (bij het 60-jarig jubileum) door H.M. Koningin Juliana werd verleend en door Prins Bernhard werd uitgereikt.

Eregast was Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander, zelf gewezen en gepassioneerd reserveofficier en van oudsher zeer betrokken bij de krijgsmacht, veteranen en reserveofficieren.

Onder de bezielende en humoristische leiding van dagvoorzitter luitenant-kolonel Cees van Doorn (geassisteerd door luitenant-kolonel b.d. Dick Hesse, gewapend met een heuse en zeer effectieve koebel) gaf een zevental sprekers uit de militaire en civiele wereld acte de présence om hun licht over verleden, heden en toekomst van de reserveofficier te laten schijnen.

Al vijf jaar voor het jubileumjaar 2017, dus al in 2012, gaf het hoofdbestuur van de KVNRO opdracht aan twee (militair) historici, Wim de Natris en Wim Maas, om een jubileumboek te maken. De beide 'Wimmen' vertelden in een met anekdotes gelardeerde presentatie dat zij het project in drie hoofdstukken hadden ingedeeld: de meer algemene geschiedenis van de reserveofficier, waarbij zijn rol in de krijgsmacht wordt afgezet tegen ontwikkelingen in de krijgsmacht; de KVNRO, haar illustere voorgangers en haar positie anno 2017 en tenslotte de verenigingsdoelstellingen saamhorigheid, belangenbehartiging en weerbaarheidbevordering. Het boek bevat daarnaast een vijftal portretten van actieve reservisten.


Wim Maas vertelde over 'het instituut reserveofficier'. Sinds 1893 bestaat dit fenomeen, eerst in de vorm van Reservekader en militieofficieren, later in de vorm van verlofsofficieren en dienstplichtig officieren, in de huidige tijd doorontwikkeld tot de rol van parttime (vrijwillige) militairen. Opvallend is dat het Reservekader (tot 1933) uitging van vrijwilligheid, net als in de huidige tijd dus. Een mooi voorbeeld van de relatie tussen krijgsmacht en samenleving werd gegeven in de vorm van de vooroorlogse private financiering van luchtafweergeschut door bedrijven en gemeenten. Minder bekend is dat er zelfs in Duitsland luchtafweergeschut werd besteld èn (mondjesmaat) geleverd! De militaire korpsen van de Vrijwillige Landstorm waren de directe voorlopers van het korps NATRES.

Na de Tweede wereldoorlog was er een ontwikkeling naar plicht en gecentraliseerde organisaties: de Bescherming Bevolking (op haar hoogtepunt bestaande uit meer dan 200.000 mensen!), de 'noodwachtplicht' voor buitengewoon dienstplichtigen, het Korps Mobiele Colonnes KMC (in haar begin zelfs 'het vierde krijgsmachtdeel'), maar ook de langzaam groeiende deelname van vrouwen in de krijgsmacht. Inmiddels zijn er plannen om een dienstplicht voor mannen en vrouwen in te voeren. Opvallend is dat de AVNRO in 1939 al de stelling innam dat ook vrouwen hun dienstplicht dienden te vervullen.

Door de historici werd ook stil gestaan bij opvallende gebeurtenissen uit de rijke historie van de KVNRO. Zo werd tijdens de ALV van 1934 (georganiseerd door de afdeling Amsterdam) voor het gezelschap een rondvlucht vanaf het nog prille Schiphol georganiseerd. Kom daar nu nog maar eens om!  

Saamhorigheid stond ook toen al hoog in het vaandel. Dat werd met name in de afdelingen vorm gegeven door borrelavonden, andere gezelligheidsactiviteiten, sport, schietoefeningen en militaire oefeningen. Ook was er aandacht voor lezingen en cursussen. De weerbaarheidbevordering vanuit de KVNRO vond allereerst op indirecte wijze plaats door de weerbaarheid van de samenleving in het algemeen te beïnvloeden, bijvoorbeeld in samenwerking met de KNV Ons Leger.  Direct werd de weerbaarheid van de leden vergroot door het aanbieden van kennis, vaardigheden en mentale en fysieke training. Beroemd waren afdelingsoverstijgende activiteiten als Oefening Kangoeroe, de EMPT, Octupus, ZeeBra, Combined Action en de Haagse Boomstrabeker. En natuurlijk niet te vergeten de TMPT en de Vierdaagse.


Algemeen voorzitter luitenant-kolonel b.d. Gert Dijk had de eer om het eerste exemplaar van het boek aan Z.M. de Koning te overhandigen.


IGK en Inspecteur van de Reservisten luitenant-generaal Hans van Griensven schetste onder het motto "Survival of the fittest: where do you fit?" zijn visie op de reserveofficier. Generaal Van Griensven gaf aan dat de IGK nog niet zo lang Inspecteur van de Reservisten is, maar veel effort steekt in deze rol. Zo zijn in de staf IGK inmiddels 5 reservisten opgenomen. Op 18 oktober 2017 is door de IGK een themabijeenkomst over de rechtspositie gehouden, waarbij  als belangrijkste aandachtspunten de arbeidsvoorwaarden, P&O regelingen zoals loopbaan en opleiding, informatievoorziening , employer engagement en cultuur zijn geïdentificeerd. Generaal Van Griensven ging voorts in op het thema van de adaptieve krijgsmacht. Dat is het uitgangspunt dat Defensie capaciteit van buiten haalt indien dit Defensie kan ondersteunen in zijn taak. Volgens Van Griensven is dat iets anders dan dat Defensie louter op reservisten leunt. Van Griensven eindigde met de opmerking dat hij bezorgd is over de toekomst van de reservist in relatie tot de krijgsmacht. Binnen de krijgsmacht is veel leegloop en er zijn in totaal 6500 vacatures. De krijgsmacht wordt niet als aantrekkelijk genoeg ervaren. Defensie moet veel assertiever en slagvaardiger opereren: wat heeft de krijgsmacht nu werkelijk nodig.  "Survival of the adaptive"  is het credo. Van Griensven gaf aan persoonlijk zeer geporteerd te zijn van reservisten. Deze zijn zeer gemotiveerd.
 


Luitenant-generaal Jan Broeks
(Directeur-generaal Internationale Militaire Staf NAVO Brussel) schetste de huidige internationale situatie. Het is geen geheim dat de NAVO zwaar leunt op reservisten. Volgens Broeks moet de reservist aan enkele specifieke eisen voldoen: competent, geloofwaardig, flexibel en beschikbaar. De grootste uitdagingen op dit moment zijn de toenemende dreigingen vanuit het Oosten en het Zuiden in de vorm van terrorisme, cyberaanvallen en hybride bedreigingen. De inzet van reservisten is daarbij van groot belang, zo benadrukte Broeks, maar met name bij herstel na terreurdaden. Ook zijn reservisten van groot belang bij de cyberverdediging.  Reservisten beschikken over specifieke vermogens in 'low density - high demand' vaardigheden, van crisismanagement en humanitaire hulpverlening tot oorlog, in toenemende mate door de Comprehensive Approach- benadering. Ook ziet generaal Broeks een rol voor reservisten bij de nieuwe NAVO-taak Projecting Stability. In Nederland is de rol van de KVNRO daarbij van significant belang. De KVNRO kan de belangstelling voor militaire functies stimuleren en bijdragen aan opleiding, training, coaching en begeleiding van reservisten.


Na deze sprekers mochten tien leden in de pauze met Z.M. Koning Willem-Alexander (gadegeslagen door verbaasde bezoekers van het NMM) van gedachten wisselen over diverse reservistenthema’s. Ondergetekende had de eer om samen met drie collega's het thema 'vorming van reserveofficieren' met Z.M. te mogen bespreken. Immers de meesten van ons hebben tijdens 6 maanden of meer opleiding en ook nog langdurig tijdens de parate tijd een vorming meegekregen, maar tegenwoordig zijn er slechts twee weken AMO en een week IRO ingepland. Z.M. toonde zich enthousiast, goedlachs en had zich goed voorbereid, ook puttend uit zijn eigen diensttijd. Hoewel maar vijf minuten waren ingepland, moest hij uiteindelijk door zijn adjudanten na een klein kwartier worden weggetrokken om de voetbalvrouwen in het zonnetje te gaan zetten. Het geeft aan hoezeer hij de discussies op prijs stelde.


Na de pauze hield algemeen voorzitter luitenant-kolonel b.d. Gert Dijk zijn jubileumrede, welke elders in zijn geheel te vinden is. Zijn motto was 'Als het kan - doe het dan' (hij had ook nog het thema 'als je wat wil, zit dan niet stil' overwogen). Dijk gaf aan dat de vereniging het na het verdwijnen van de opkomstplicht in 1997 zwaar heeft gekregen. Nu ziet hij de zaak weer zonniger in omdat Defensie steeds zwaarder gaat leunen op reservisten. Hij waarschuwde er wel voor om niet steeds het vigerende beleid te volgen maar voortdurend de grenzen proberen te overschrijden: beleid is immers iets wat werkte in het verleden. Hoewel de organisatie steeds meer een beroep doet op reservisten - er wordt voor het eerst door reservisten, die immers ook nog ergens een burgerberoep hebben, ook steeds meer nee verkocht - baart het Dijk zorgen dat de uitstroom van reservisten groter is dan de instroom. De opleidingscapaciteit van Defensie schiet tekort. Ook de aanstellingsprocedure duurt vaak veel te lang waardoor mensen afhaken. Tevens vraagt Dijk aandacht voor de vorming van nieuwe collega's.  Rechtspositioneel zijn er ook nog wat zaken die niet goed zijn afgedekt, zoals de gevolgen van zwaar letsel of invaliditeit voor o.a. medisch specialisten. 

Ook het onderwerp Adaptieve krijgsmacht is door de algemeen voorzitter benoemd. Het begrip is volgens Dijk eigenlijk zo breed dat iedereen er in hoort en leest wat hij zelf wil. Maar dat is niet erg en biedt juist kansen voor de reservist. Nieuwe initiatieven zoals het Defensity College bieden goede mogelijkheden om geschikte - en gevormde! - reserveofficieren te vinden. Steeds meer eenheden creëren een reservistenpool.  De KVNRO staat midden in deze ontwikkelingen en wil haar belangrijke rol blijven spelen. Op naar de volgende 100 jaar!

De KMar luitenant-kolonel Edwin Hofte vergaste de aanwezigen hierna op een zeer actueel maar vertrouwelijk inkijkje in de wereld die cyber heet en de rol van de reservist daarin. Na een korte inleiding over de gewijzigde opzet en aansturen van de KMar organisatie zoomde hij in op de reservist. Hij gaf aan dat de krijgsmacht reservisten hard nodig heeft op cyber gebied (termen als Dark Web, Counter Unmanned Vehicles en Seamless Flow werden over het publiek uitgestrooid alsof het niks was)  omdat die meer expertise hebben en meer 'current' zijn. De KMar-gerelateerde aandachtsvelden bij cybercrime op dit moment zijn grenstoezicht, documentfraude en het beveiligen van de Defensie ICT en communicatie  infrastructuur. Daarbij wordt uiteraard nauw samengewerkt met de Nationale Politie en een aantal andere civiele organisaties. De overste was vergezeld van reservist luitenant Lisanne Witlam, die (op F/T basis) zijn team was komen versterken en haar rol en meerwaarde in het cyberteam toelichtte. Overste Hofte was zeer te spreken over de rol van de reservisten en sprak de verwachting uit dat er nog veel meer geleund zal gaan worden op de specifieke expertise van reservisten. Enige belemmering daarbij was - we hoorden het vaker - budget.


Na al dit militaire 'geweld' was het laatste woord aan het Tweede kamerlid (D'66) mevrouw Salima Belhaj, lid van de vaste commissie voor Defensie. In een inspirerend verhaal gaf zij aan dat zij de reservist duidelijk plaatst in de context van (zeer gewaardeerde) maatschappelijke betrokkenheid. Zij ziet het als een taak voor de toekomst om de reservist te erkennen als een ambassadeur van onbaatzuchtig handelen en als voorbeeld voor vele Nederlanders. In haar voorbeelden haalde zij meerdere keren het erelid lkol b.d. Venker aan, die zich dat met veel genoegen liet aanleunen.

Mevrouw Belhaj ziet steeds meer progressie in de goede richting als het gaat om de positie van de reservist. De reservist heeft duidelijk een functionele toegevoegde waarde. Ook zij uitte zorgen over het grote aantal vacatures bij Defensie. In de toekomst ziet zij in de reservist nog meer dan nu een scharnierfunctie tussen samenleving en krijgsmacht. De intrinsieke motivatie van de reservist is daarbij van eminent belang. 


Hierna verschenen achtereenvolgens op het podium de zeven sprekers, de dagvoorzitter en de redactiecommissie van het jubileumboek, die door de algemeen voorzitter werden bedankt met een cadeau. Op het podium werden ook uitgenodigd de leden van het organisatieteam, die door de algemeen voorzitter namens de vereniging werden bedankt voor hun succesvolle werkzaamheden.

Lkol Cees van Doorn besloot de inspirerende middag met een dankwoord aan alle sprekers en aan Z.M. de Koning. Hij gaf aan dat de door lkol b.d. Dick Hesse gehanteerde koebel zoveel indruk had gemaakt, dat de meeste sprekers zich keurig aan de tijd hielden.

We kunnen terugzien op een geslaagde middag, waarbij een ding duidelijk is: De KVNRO heeft wellicht van haar omvang verloren, maar is nog steeds onontbeerlijk in de huidige veiligheidssituatie.  

Een woord van dank aan het projectteam Jubileumsymposium KVNRO 100 jaar: eerste luitenant Michel Huiberts, de oversten b.d. Rob van Mechelen en Henk Schimmel en voorzitter kolonel b.d. Gerard Lettinga. Zij zijn er in geslaagd een mix van interessante sprekers en eregasten te organiseren, waarbij ook de keus voor het Nationaal Militair Museum een schot in de roos was!

 

kolonel mr. Bart Damen

Ontwikkeld door Faceworks BV